vrijdag, mei 31, 2024
Laatste:

    Voedselbos

    Een gecontroleerde wildernis-tuinjungle-gelaagde boomgaard-biodiversiteitstuin-eetbaar bos- natuur inclusieve landbouw

    Ieder voedselbos heeft een andere invulling. Er is niet één soort voedselbos.  Een voedselbos is eigenlijk een hele mooie toepassing van permacultuur.

         Het lijkt op een boomgaard met onderbegroeiing en allerlei vegetaties door elkaar heen. Het is namelijk gebleken dat door veel verschillende lagen vegetatie bij elkaar te planten, je een veel grotere opbrengst krijgt, en minder last hebt van ziektes en plagen. 

    Een voedselbos, wat is dat juist en wat moeten we ons daarbij voorstellen? 

    In een voedselbos(je) wordt de structuur van een jong, natuurlijk bos nagebootst. Dit kan zowel in een heel kleine tuin als op enkele ha. Een voedselbos, bestaande uit 3 tot 7 lagen, is vooral beplant met fruitbomen, heesters, loofbomen en hagen, afgewisseld met kleinere open ruimtes waarin ook kruiden, eetbare meerjarige en éénjarige planten, paddenstoelen en klimplanten, kunnen groeien. Door de interactie tussen de lagen krijg je een immense biodiversiteit op een klein oppervlak.

    Zijn er specifieke bodemvereisten? 

    De bodem is de grond van de zaak. Door de groeiomstandigheden van een bosrand na te bootsen en een natuurlijke biotoop te ontwikkelen, trek je vogels en insecten aan die zorgen voor evenwicht, bodemverbetering en natuurlijke plaagbestrijding. Op termijn is een voedselbos een gesloten kringloopsysteem; de bladeren, het groen keert terug naar de bodem. In het begin moet je aan bodemopbouw doen. De bodemorganismen leven vaak in symbiose met de wortels van bomen en planten. Het (sociale) netwerk van planten, insecten, schimmels en andere organismen, slechts gedeeltelijk zichtbaar, wordt soms vergeleken met een draadloos tuininternet. Je hebt veel minder water en meststoffen nodig en er is vaak een natuurlijke plaagbestrijding. Bij overvloedige regen werkt de grond als een spons en de CO² (organische stof) wordt tot 6 maal beter opgeslagen dan in éénjarige (één-laag-)gewasteelten.

    Om een gezonde bodem op te bouwen, heb je organisch materiaal nodig. Je moet dat echt op gang trekken. Je brengt organisch materiaal aan: houtsnippers, stro, … van alles en nog wat. Op termijn is het een robuust systeem en vraagt het weinig input want er komen geen scheikundige meststoffen aan te pas.

    Als we de bodem goed verzorgen, gebeurt er zoveel. 

    Leestip: ‘Bodemvoedselweb’ van Marc Siepman of ‘Het verborgen leven van bomen’ van Peter Wohlleben zijn heel toffe boeken waarin dit mechanisme uitgelegd wordt.

    Wat doen bomen en planten?

    Bomen en planten gaan samen met het bodemleven voedingsstoffen uit de grond halen en via fotosynthese bladeren vormen. Die bladeren komen terug op de bodem terecht om te composteren. Het is een kringloopsysteem. Bladeren vallen gewoon af, je moet ze zelf niet gaan halen. 

    Bomen hebben heel veel functies. Het zijn mineralen-pompen: ze gaan mijnen in de grond opsporen en bv. belangrijke sporenelementen uit de grond halen. Het gaat om belangrijke voedingsstoffen die steeds minder aanwezig zijn in de gewassen van traditionele teelten.

    Bomen zijn ook belangrijke leveranciers van schaduw. Heel veel zon is fijn voor een aantal zuiderse teelten bv. vijgen, nectarines, amandel, kiwi …  Maar halfschaduw of schaduw kan voor andere planten een noodzakelijke vereiste zijn. Je haalt de extremen er uit. Het is niet te nat en niet te droog. Eigenlijk is een voedselbos een heel grote buffer. Uiteraard gaan we bomen kiezen die vruchten geven of heel veel betekenen voor de biodiversiteit maar ook bomen en struiken die in staat zijn om stikstof uit de lucht te halen waarbij de omliggende planten er voordeel uit halen.

    Welke functie hebben bomen en planten?

    Een voedselbos bestaat vooral uit doorlevende eetbare planten. Je kan het accent leggen op inheemse plantensoorten, bv. beuk, vlier… , maar uiteraard zijn uitheemse soorten zoals notelaar, kersenboom, uiensoepboom, frambozen… ook belangrijk. 

    Je kan op termijn het jaar rond eten. In de klassieke moestuin gebeurt er niet veel in de periode van januari tot april als je geen serre hebt. Maar als je bv. in maart zou kijken in een voedselbos, zal je zien dat we – zonder dat we iets gezaaid hebben – al veel planten kunnen oogsten. Dit komt doordat er heel veel wortels, knollen, vaste plantendelen klaar zitten. Het is lente, alles ‘ontploft’ en dit neemt jaar na jaar alleen maar toe. Het wordt een tuin van overvloed met o.a. daslook, rabarber, roomse kervel, eeuwige moeskool, brave hendrik, postelein, aardpeer…  Maar éénjarigen zoals tomaat, paprika, bonen… zijn uiteraard ook een goede aanvulling.

    Hoe ziet het ideale voedselbos eruit?

    De vorm en invulling is zo verschillend dat je het nooit kan kopiëren. De grondsoort en ligging bepalen ook de plantenkeuzes.

    Natuurlijk imkeren en een verplaatsbare kippenren of het houden van andere dieren kunnen ook in dit systeem worden ingepast. Een poel (water) kan ook een boost geven aan de biodiversiteit

    Hoe groot is een voedselbos?

    De term voedselbos geeft de indruk dat je een tuin moet hebben van minstens enkele ha. Dit klopt niet. Hoe klein je tuin ook is, je kan een soort mini-voedselbosje maken waar fruitbomen, bessenstruiken, kruiden, bloemen, vaste groenten, bijen- en vlinderplanten en ander moois en lekkers vrolijk door elkaar groeien. Heb je weinig plantenkennis? Begin klein! Een aaneenschakeling van kleine oases zou één grote keten van biodiversiteit kunnen vormen en één van de mogelijke antwoorden op onze huidige klimatologische uitdagingen.

    In een voedselbos worden natuur en landbouw verenigd. Een voedselbos is een vorm van duurzame landbouw die aansluit bij de permacultuur. Daarin vormen bomen, struiken, planten en kruiden meerdere lagen. In de huidige landbouw wordt er hier en daar al met bepaalde vormen, vaak onder de noemer van agroforestry geëxperimenteerd.  De Zoetenhof is eerder een romantische versie. Het zou goed zijn voor mens en natuur als voedselbossen in de huidige landbouw in Vlaanderen een kans zouden krijgen. Bijvoorbeeld in combinatie met of als aanvulling op éénjarige teelten. Belangrijk is ook dat de landbouwers een eerlijke prijs krijgen en dat ze de nodige ondersteuning mogen genieten. Natuur en landbouw zou terug meer moeten verweven worden. Er zou aan waardevolle natuurelementen een waarde moeten worden gegeven. Biodiversiteit in stand houden is in ieders belang. De landbouwers zouden daar een sleutelrol kunnen in spelen en een vergoeding moeten voor krijgen. Voedselbossen, struwelen, knotbomen, loofbossen,…  kunnen kleine oases en corridors vormen in ons huidig landbouwlandschap. De landbouw zelf zal er ook wel bij varen. Maar ook in onze tuinen hoe klein ook, kunnen we voor biodiversiteitsoasen zorgen.